Historie Landgoed Sandenburg

Het Langbroekerwetering gebied

In het zuidoosten van de Provincie Utrecht, tussen de Utrechtse Heuvelrug en de oeverwallen van de Kromme Rijn, ligt het mooie en tot de verbeelding sprekende Langbroekerwetering gebied. Rond 1000 – 1100 was dit een laaggelegen en drassig stuk land. Broekbos, bos met wilgen en elzen, dicht op elkaar groeiende planten en struiken, geen akkers, geen weilanden. Het gebied werd door de schaarse bewoners van de kleine dorpjes langs de Kromme Rijn gebruikt om te jagen, vissen, bosvruchten te plukken, of hun vee aan de randen te laten grazen.

Ontginning

Ontgonnen grond brengt echter meer op dan wildernis, en het was dan ook niet zo vreemd dat de Utrechtse Bisschop Godebald (1114 – 1127) zijn oog liet vallen op Langbroek. Rond 1120 werd een aanvang gemaakt met de ontwatering van het gebied. Het gebied werd ontgonnen door loodrecht op de wetering kavels aan te leggen, gescheiden door sloten. De kavels werden aan boeren uitgegeven om te bewerken. Deze kavels waren 16 tot 18 ‘morgens’ groot. Een ‘morgen’ was de hoeveelheid grond die een man geacht werd met een paard in een morgen te kunnen ploegen, ca. 0,85 hectare. Deze ontginningsstructuur is na ruim 850 jaar nog steeds in het landschap zichtbaar.

Sandenburg in de Middeleeuwen

Omstreeks 1300 wordt Sandenburg voor het eerst vermeld, als ‘woontoren met zes merghen lants’. Sandenburg is in die tijd niet meer dan een versterkte toren; de witgepleisterde aanbouw en bijgebouwen dateren pas uit de 19e eeuw. In het Langbroekerwetering gebied werden in de Middeleeuwen veel versterkte torens gebouwd. De Bisschop van Utrecht en zijn buurman, de Hertog van Gelre, hadden destijds weinig warme gevoelens voor elkaar, en om hun grondgebied te beschermen tegen een mogelijk inval werden in het grensgebied wachttorens neergezet. Sandenburg was ook zo’n wachttoren. In de loop der tijd werd de toren uitgebouwd tot woontoren en kasteel. In 1538 werd Sandenburg als Ridderhofstad erkend. Het kasteel was in die tijd uitgegroeid tot een geheel omgracht complex met een toren, verschillende woonvleugels en een voorburcht.

Sandenburg en de Van Lyndens

In 1792 werd het landgoed gekocht door G.C.C.J. Baron van Lynden. Hij werd daarmee ‘heer van Sandenburg’, en de familienaam veranderde naar Van Lynden van Sandenburg. De Ridderhofstad was voor 1792 al bijna geheel gesloopt: alleen de vierkante woontoren van vier verdiepingen stond er nog. Tussen 1861 en 1864 werd deze woontoren door de Van Lyndens weer uitgebouwd tot kasteel. Onder architectuur van de bekende architect Van Lunteren werd het gebouw opgetrokken in romantische, neogotische stijl, en kreeg het zijn karakteristieke witgepleisterde muren en torens. Het park rond het kasteel werd naar de vigerende mode in Engelse landschapsstijl aangelegd. Naast het kasteel werden het Koetshuis, de Oranjerie en de Poortwachters woning gebouwd. Tegen de achterzijde van de Oranjerie kwam de woning voor de koetsier gebouwd, waar in 1905 de dichter Gerrit Achterberg werd geboren. In de 18e en 19e eeuw werd Landgoed Sandenburg door aankoop en vererving steeds groter. Tegen het einde van de 19e eeuw was het landgoed uitgegroeid tot ruim 600 hectare, en daarmee een van de grotere familielandgoederen in de streek.

Landgoed Sandenburg in de 21e eeuw

Nu, ruim tweehonderd jaar later, floreert het landgoed als weleer. Het landgoed is nog steeds in bezit van de familie, en het kasteel wordt nog steeds door de familie Van Lynden van Sandenburg bewoond. De landbouwgronden worden bewerkt door agrarische bedrijven. In andere delen ontwikkelt het landgoed nieuwe natuur, en in het prachtige coulissen landschap zijn door het landgoed wandelpaden aangelegd. Kasteel Sandenburg, de Oranjerie, het Koetshuis en de Poortwachters woning zijn tot Rijksmonumenten benoemd. De Oranjerie is in gebruik als trouwlocatie en locatie voor zakelijke ontvangsten, en het Koetshuis en de Oude Stal zijn kantoren gevestigd.

Lees hier meer over het duurzame beheer en natuurbehoud van Landgoed Sandenburg.